Woorden van Wodan

Een dagelijks rondje buiten in de natuur rond de feestdagen is voor mij geen overbodige luxe. Het is eerder een noodzaak om weer even tot mezelf te komen. Maar ja, nu het ’s avonds al vroeg donker is, loop ik mijn rondje noodgedwongen in het donker door het park. Waar ik me, diep in mijn dikke jas verscholen, afvraag wat ik jullie kan vertellen over deze beleving van de natuur.

Terwijl ik in het duister probeer modderplassen en hondenpoep te ontwijken, behelp ik me bij de verlichting van een enkele lantaarnpaal en de lichtjes uit de huizen aan de rand het park. Ik denk terug aan Sint Maarten, toen ik met mijn kinderen in de stromende regen besloot de flat tegenover mijn huis is te duiken. Vanaf 12 hoog zag alles er ondanks de regen heel sprookjesachtig uit. Helaas was er maar weinig tijd om stil te staan bij die ervaring. Want slechts luttele dagen na 11 november verscheen de volgende man met lange baard, mantel en paard alweer op het toneel, terwijl baardmans nummer drie in zijn nek hijgt. Alle drie de figuren zijn terug te voeren naar de verhalen en symboliek van Wodan, de Germaanse windgod. En met een flits komt daar het inzicht: deze maand gaat het over de wind.

Ik loop verder, verleg ik mijn aandacht van de gedachten die in mijn hoofd rondwaaien naar de wind die vanavond guur is, die ik langs mijn oren en door mijn haar voel blazen, die mijn handen verkleumt omdat ik ze niet in mijn zakken wil steken en die langs mijn wangen strijkt en me over mijn gezicht aait.

In een zijstraat vang ik een glimp op van de school van mijn kinderen. Panta Rhei heet de school. Het is de bekende uitspraak van de Griekse filosoof Heraclitus en het betekent: Alles stroomt. Net als de wind, bedenk ik me. De wind die onbewust, creatief en speels is en altijd in beweging.

Als ik na mijn rondje weer thuis ben, doe ik met gloeiende wangen en bij een kop warme chocolademelk met slagroom, op internet wat research over Wodan.

Tot mijn verrassing lees ik dat hij niet alleen de god is van wijsheid, liefde, strijd en oorlog. Hij blijkt ook nog eens beschermheer van de dichtkunst. Dat kan geen toeval zijn!

Opdracht

Pak een pen en een velletje papier en schrijf daarop de volgende zinnen.

  • De wind geeft me een duwtje in de goede richting.
  • Tegenwind gaf me wijsheid

Vouw daarna je blaadje op en leg het weg.

Maak dan een avondwandeling door een park, of gewoon door de straat of de wijk en concentreer je op niets anders dan de wind. Schakel daarbij zoveel mogelijk zintuigen in. Snuif, ruik, voel, luister. En zie hoe de wind speelt met blaadjes, papier, de wolken, etc.).

Weer thuis pak je je gevouwen blaadje er weer bij en een schrift. In het schrift schrijf je zin 1 van je blaadje en daaronder nummer je de regels van 1 t/m 15. En op een volgende pagina schrijf je zin 2 van je blaadje en nummer je nog een keer van nummer 1 t/m 15.

Vervolgens schrijf je met een luchtig en leeggewaaid hoofd 15 regels over in welke richting je graag geduwd zou willen worden en over de wijsheid die je bij tegenwind hebt opgedaan. Dit doe je door middel van freewriting: je zet hiervoor je pen op je papier en schrijft zonder deze van het papier te halen van het begin van regel 1 tot het eind van regel 15. Denk er niet teveel over na maar laat je pen luisteren naar wat de wind je onbewust heeft ingefluisterd.

Elf

Daarna lees je de antwoorden op je vragen nog eens door en onderstreep je in beide antwoorden 11 woorden. Met die 11 woorden maak je Elf, een gedichtje van 11 woorden, volgens het invulschema in de vorm van een Japanse lantaarn of kerstboom (om in de sfeer van de feestdagen te blijven). Je hebt dus straks twee Elfen.

Reageer

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.