All posts tagged schrijfles

MIJN HART ZIT IN MIJN KEEL: DIRK ZEGT DAT HIJ ME HEEFT GEMIST

Het contact met Robert is wat bekoeld na het dansfestival. Ik snap er niets van, want we hadden het fantastisch. Maar tijd om daarover na te denken heb ik niet, want Dirk is terug van zijn vakantieweek met de kinderen en de hereniging is heerlijk.

Lees meer…

De jongens vertellen honderduit over hun tweede week vol kampvuren en pizzafeestjes. Terloops informeer ik naar de aanwezigheid van Maarten, de vrijgezel die ik op vakantie had ontmoet. Op zijn Facebookpagina had ik namelijk gezien dat hij vorige week weer op de camping was. Op zijn profielfoto zag Maarten er echt woest aantrekkelijk uit, een jongere versie van mijn favoriete Noorse detective Varg Veum. De jongens laten er helaas niet veel over los. Maar als ik – op weg naar mijn werk – een foto op Instagram zet met mijn fiets op het pontje, stuurt hij direct een berichtje of ik zin heb in koffie, want hij woont op een steenworp afstand. Maar helaas, ik moet werken.

Op donderdag hebben Dirk en ik onze laatste sessie bij de scheidingsmakelaar. Dirk wil graag iets eerder afspreken om nog even samen te praten, dus we ontmoeten elkaar voor het kantoor en gaan zitten op een bankje aan het water. Dirk begint over de vakantie. Dat hij me heeft gemist. Dat hij ons gezin heeft gemist. Ik herinner me het briefje met “Welterusten” dat ik bij thuiskomst uit Frankrijk op mijn kussen had gevonden. En nu deze bekentenis!

Mijn hart zit in mijn keel. “Misschien kunnen we proberen of we er nog wat van kunnen maken?” stelt hij voor. “Dat we wel apart wonen, maar…” Ik hoor al niet meer goed wat hij zegt. Hoe kan hij dit nu zeggen?! Ruim een halfjaar geleden heeft hij zijn liefde opgezegd, maar in plaats van dat hij zegt dat hij spijt heeft, wil hij een latrelatie om te onderzoeken of we ooit weer bij elkaar kunnen komen? Dit gaat helemaal niet over liefde, dit gaat over poging zoveel om mij te tolereren.

Bij de scheidingsmakelaar binnen, met de papieren voor onze neus, vraagt Dirk nog een keer: “Weet je zeker dat je dit wilt doorzetten?” Zijn woorden maken me woest. Hij vraagt serieus of ík wil doorzetten, terwijl híj degene is die ons huwelijk kapot heeft gemaakt. Met boze tranen in mijn ogen pak ik de pen en zet ik mijn handtekening.

Robert blijft stil. Als ik zaterdagavond op Facebook zie dat die leuke vrijgezelle Maarten op het jazzfestival in de stad is, begint het ineens te kriebelen. Ik fiets ernaartoe en haak bij een paar kennissen aan, maar ik heb Maarten al snel gevonden. Wat is hij vrolijk en gezellig! We halen herinneringen op aan de vakantie, drinken bier en hebben enorm veel plezier. Ik wil niet te laat binnenvallen bij oom Theo, dus na een paar biertjes verontschuldig ik me.

Een beetje aangeschoten vraagt Maarten om een afscheidskus en zonder na te denken, zoen ik hem intens. En terwijl ik zijn ogen in mijn rug voel prikken, fiets ik de donkere nacht in.

‘IK LEES DE WOORDEN EN KAN INEENS NIET MEER STOPPEN MET HUILEN’

Het is al donker als ik thuiskom. Ik laat mijn  koffer in de gang staan en loop de woonkamer binnen. Ik ben alleen. En Dirk en de kinderen zijn zonder mij in Frankrijk. Ik kijk om me heen, maar het huis voelt te groot voor mij alleen, te leeg voor mijn verdriet.

Lees meer…

In gedachten zie ik steeds het afscheid in Frankrijk. Dirk en de jongens die me uitzwaaien op het perron en steeds kleiner worden als de trein zich in beweging zet. Ik ben moe van de reis. Ik wil douchen en dan slapen, maar als ik in bed stap, vind ik een briefje van Dirk op mijn kussen: “Welkom thuis, slaap lekker!” Ik lees de woorden en kan ineens niet meer stoppen met huilen. Wat betekent dat nou? Mist hij me? Is hij tijdens mijn afwezigheid tot de conclusie gekomen dat hij nog wel van me houdt? Dat hij de grootste fout uit zijn leven heeft gemaakt?

De week zonder de jongens kruipt voorbij. Maar ik kom niet te dicht bij het verdriet dat zich ergens tussen mijn maag en mijn hart als een blok beton heeft opgehoopt. Ik denk aan de afgelopen vakantieweek in Frankrijk, alleen met de jongens. Het was zo fijn samen, en soms ook zo zwaar op de momenten dat het allemaal even niet vlekkeloos verliep. Maar de  jongens waren altijd op loop- afstand. Ik wist waar ze waren,  wat ze deden en hoe ze zich voelden. Nu ben ik mijlenver van ze vandaan. Ik ben er niet voor ze als ze boos, bang of verdrietig zijn. Of om te delen in hun plezier, hun blijdschap en het avontuur van hun tweede vakantieweek.

Het voelt als een diepe wond die elke keer als ik mijn gedachten toesta om eraan te denken een rauwe snijdende pijn veroorzaakt.  Ik wil die pijn niet voelen. Dus richt ik mijn aan- dacht op Robert, mijn… Tsja, wat is hij? Ik weet dat  hij naar een dancefestival in de buurt gaat, dus via Marktplaats heb ik een kaartje bemachtigd voor het inmiddels uitverkochte festival. Ik laat Robert denken dat ik dit feest allang had gepland, maar in het echt dring ik me op bij bekenden, zodat ik niet in mijn eentje het festivalterrein op hoef.

Onderweg naar het festival herinner ik me hoe ik daar vroeger met mijn vriendinnen uit de stad ook altijd naartoe ging. Met zijn allen in één themakleur en met gratis kaarten op zak – via via bemachtigd – vonden we onszelf altijd supercool. Maar dat was zo’n tien jaar geleden. Nu voel ik me moeke uit de polder en terwijl ik mijn fiets tegen het hek bij de fietsenstalling bevestig, kijk ik naar de festivalgangers om me heen en vraag me af of ik hier nog wel op mijn plaats ben.

Voor de kaartcontrole wacht ik de anderen op en via de rij voor de muntjes belanden we uiteindelijk bij het hoofdpodium. Daar app ik Robert waar hij me kan vinden. En niet lang daarna voel ik voor het eerst sinds weken zijn armen weer om me heen.

HOE KAN IK MIJN ZIEL WEER TOT LEVEN BRENGEN?

Het bordje Gargilesse Dampierre voelt als de finish van mijn autorally door Noord-Frankrijk. We hebben het gehaald! Maar er waren talloze hindernissen onderweg.

Lees meer…

Voor Parijs kletterde de regen zo hard neer, dat ik amper de auto voor me kon zien en tijdens een plaspauze wees een Belgische man me op mijn zachte voorband. Ik had nog nooit een autoband op gepompt, dus vroeg ik bij een benzinestation met handen en voeten een vrachtwagenchauffeur om hulp. Gelukkig wist hij wat te doen, maar toch was ik er niet gerust op, dus minderde ik vaart en bleef stug rechts rijden.

Parijs was rampzalig: een verkeerde afslag op de Boulevard Périphérique bracht ons midden in de stad. Maar ik bleef rustig en we kwamen er weer uit. Niet dankzij de tomtom, maar dankzij het briefje met aanwijzingen van mijn vader en mijn bijdehante rijstijl. Ik bleek dezelfde reisdag te hebben gekozen als half Frankrijk, want ook na Parijs bleef het extreem druk en vier uur later dan gepland bereikten we de plaats van bestemming. Hans en Veronique, mijn Nederlandse vrienden die me de vakantie hadden aangeboden, ontvingen ons met open armen op hun minicamping. Ik schoot direct vol door hun warme welkom en als ontlading van de lange reis.

De retro-caravan met oranje voortent ziet er te gek uit. En het restaurant bij het hoofdverblijf is perfect. Na een douche zit ik aan de wijn en een heerlijke biefstuk, op het terras met uitzicht over het dal en de rivier. De jongens spelen in en om het huis met Victor, het zoontje van Hans en Veronique. Ze rijden in het avondzonnetje met een plastic tractor en een step over de oprijlaan, drinken limonade en eten frietjes en ijs. Ik kijk naar ze en zie hun gespannen koppies langzaam zachter worden. Dit is waarvoor ik naar Frankrijk ben gegaan.

Als de meeste gasten het terras hebben verlaten, roken Veronique en ik een sigaretje samen. Het voelt alsof de tijd heeft stilgestaan en we elkaar pas nog hebben gezien. We knuffelen even en Veronique stopt me een dik boek toe, waarvan ze vindt dat ik het moet lezen. Het heet De ontembare vrouw en staat vol verhalen over mythische vrouwen. Ik besluit het direct tot mijn bijbel te benoemen en neem me voor om elke dag een hoofdstuk te lezen. Maar vanavond nog even niet. Ik ben gesloopt.

“Allez! Morgen praten we verder”, beslist Veronique. We omhelzen elkaar nog eens stevig en dan loop ik met de jongens naar ons verblijf voor de komende week.

De volgende ochtend lees ik direct na het opstaan in het eerste hoofdstuk over een oude vrouw die een skelet weer tot levend wezen zingt en aan het eind van het verhaal vraag ik me af wat er met de stem van mijn ziel is gebeurd en hoe ik mijn ziel weer tot leven kan wekken. Lang heb ik niet om daarover na te denken. Veronique klopt op de deur van de caravan om te zeggen dat het ontbijt klaarstaat.

‘IK BEN KAPOT, MAAR ONDANKS ALLES MIS IK JE ZO…’

Wat ben ik trots. We zijn in Frankrijk, op onze overnachtingslocatie halverwege de vakantiebestemming. Ik vind rijden in het buitenland eng. Dat deed Dirk altijd. Maar nu zat ik voor het eerst de hele rit achter het stuur. Bij Brussel raakte ik even in paniek toen ik een verkeerde afslag nam, maar godzijdank stuurde de navigatie me weer de juiste richting op. Lees meer…

We logeren in een joert, een ronde Mongoolse nomadentent in de tuin achter de bed and breakfast. Zodra we ons hebben geïnstalleerd, doe ik Tommie en Kees hun zwemvleugeltjes om en plonzen we in het zwembad, maar het water blijkt ijskoud en rillend van de kou stappen we in warme jacuzzi onder de veranda van de bed and breakfast. Kees en Tom drukken op alle knopjes en schateren om de bubbels en waterstralen die tevoorschijn komen.

Na een simpel diner in de eetzaal leg ik de jongens in bed. Ik lees een verhaal voor, geef ze een kus, een knuffel en een aai en binnen een kwartier zijn ze diep in slaap. Ik heb een miniflesje wijn van huis meegenomen. Er gaan precies twee glaasjes uit en ik neem het flesje, een glas en mijn dagboek mee naar het bankje voor de tent. Ik trek de dop van mijn pen en sla mijn dagboek open, maar ik krijg geen letter op papier.

Ik neem een slok van de witte wijn, maar mijn keel is ineens zo dik dat ik amper kan slikken. Ik kan aan niets anders denken dan aan Dirk, die hier had moeten zijn. Ik voel me de eenzaamste mens op aarde. Wat doe ik hier met de kinderen zonder Dirk? Hoezo vakantie? Ik wil ons gezin terug en de man van wie ik ondanks alles nog steeds hou. Maar ik ben alleen en voel diepe rouw. De wijn duwt zich als een bal door mijn keel, maar toch neem ik nog een slok. Ineens voel ik hoe mijn pen als vanzelf de lege regels in mijn dagboek vult. Ik schrijf. Ik schrijf aan Dirk.

“Lieve Dirk. De jongens slapen. Ze deden het fantastisch vandaag in de auto, achter hun dvd-schermpjes. Je kunt trots op ze zijn. Waar ben je, Dirk? Wat is er gebeurd? Hoe is ons gezin door mijn vingers geglipt? Ik voel me zo klein en mislukt. Ik weet niet meer wie ik ben. Ik stuiter alle kanten op, op zoek naar bevestiging, positieve aandacht, liefde. Had ik te veel of te hoge verwachtingen van jou? Van ons? Waarom mag ik van jou niet zijn wie ik ben? Is er iemand die me wel de moeite waard vindt? Met al mijn nukken en grillen? Is dat Robert misschien? Jij hebt me zo verschrikkelijk veel pijn gedaan, Dirk. Ik ben kapot, maar ondanks alles mis ik je zo…”

Ik staar voor me uit. Morgen rijd ik verder naar het zuiden. Ik zie enorm op tegen de rit door Parijs. Maar als ik Parijs heb gehad, heb ik het ergste achter de rug. Als ik Parijs overleef, overleef ik de rest van de scheiding ook wel.

IK VOEL EEN BLOS NAAR MIJN WANGEN STIJGEN

‘‘Wat doe je?” vraagt oom Theo op zondagavond als ik voor de zoveelste keer op mijn telefoon kijk. “O, niks bijzonders, ik vul de Stemwijzer in”, jok ik. Maar in plaats van politieke stellingen neem ik mannen onder de loep. Op Tinder. Alle vrijgezellen in mijn omgeving – ik heb een zoekstraal ingesteld van vijf kilometer – zijn inmiddels voorbijgekomen en ik heb zowaar al tien matches.

Lees meer…

“Goedenavond, vrolijke dame”, staat er ineens in mijn schermpje. “Hi”, beantwoord ik Max van 49. Hij heeft krullen en een gulle lach. “Wat zoekt zo’n leuke, energieke vrouw hier op Tinder?” Energiek? En tja, wat zoek ik hier eigenlijk? “Geen idee,” antwoord ik naar eer en geweten, “ik ben nieuw hier!” Max informeert naar het hoe en waarom, en als hij leest dat ik nog niet officieel gescheiden ben, waarschuwt hij: “Ik zou wat meer tijd nemen voordat je je hierin stort. Ik spreek uit ervaring. Scheiden is heftig en maakt je kwetsbaar. Genoeg foute mannen proberen daarvan te profiteren.” Pfff… ik word veertig dit jaar. Voor vaderlijk advies ben ik hier niet. Ik wil gewoon weten of ik nog een beetje goed in de markt lig. Verder niets. “Bedankt voor je advies”, typ ik. Daarna schuif ik zijn foto naar links en check ik de volgende man. Die blijkt minder dan een kilometer bij me vandaan te wonen. Hij heeft kort donker haar en een intense blik. Iets in zijn blik doet me twijfelen, maar ik besluit om hem toch een hartje te geven. En ja hoor, het is weer een match.

Met Dirk heb ik duidelijk geen match meer. Vorige week waren we voor het eerst bij de scheidingsmakelaar. Ik kende makelaars als tussenpersoon bij de aan- en verkoop van huizen. Nog maar vijf jaar geleden tekenden we, dromend over de toekomst, het contract voor onze koopwoning. Nu zaten we in een benauwd, raamloos kantoorkamertje van elkaar weg te kijken, terwijl de bemiddelaar beloofde ons op persoonlijke en praktische wijze te begeleiden bij het kapotmaken van die droom en het verbreken van onze beloften. “Leg dat ding nou eens weg!” zucht oom Theo. Snel swipe ik nog wat mannen naar links en naar rechts en schenk ik thee voor ons in.

Op donderdagochtend help ik mijn vader bij het snoeien en uitdunnen van de woekerende bamboeplanten in onze tuin, als ik twee mannen het park uit zie lopen. Het pad uit het park loopt recht op ons huis af. Als de man met zijn donkere blik me net iets te lang aankijkt, krijg ik het warm en voel ik een blos naar mijn wangen stijgen. “Hallo”, hoor ik mijn vader groeten. Zelf kijk ik weg en doe ik alsof ik druk bezig ben, terwijl ik met mijn tuinschaar driftig in de taaie bamboestengels knip. Ik weet het zeker: dat is die match van Tinder. Minder dan een kilometer is wel heel dichtbij. Ik voel me bekeken. Wat als hij hier vaker langs komt lopen? Of zelfs aanbelt?

Ik verontschuldig me bij mijn vader en vlucht naar binnen. Zou Max van 49 met de krullen en de gulle lach dan toch gelijk hebben? Moet ik meer tijd nemen voordat ik me op Tinder stort?

HIJ MAG BLIJVEN, DUS IK SWIPE HEM NAAR RECHTS

Het is weer zover: de jaarlijkse heidag van het werk. Mijn collega’s en ik vergaderen in het bezoekerscentrum van een duingebied, om los te komen van onze vertrouwde omgeving. Het doel is om met een frisse blik naar de toekomst te kijken, maar tijdens het middagprogramma dwalen mijn gedachten af. Misschien is het de buitenlucht, misschien zijn het de zonnestralen die het voorjaar aankondigen, of de vogels die ik druk hoor kwetteren, maar ik voel de opwinding van een naderend avontuur.

Lees meer…

Na de lunch had ik met mijn manager en een stagiaire een wandeling gemaakt rond het duinmeertje. Terwijl we de frisse buitenlucht opsnoven, vertelde de stagiaire, die net twintig was geworden, honderduit over haar avonturen op de datingapp Tinder. Ze ontmoette nu regelmatig leuke jongens en giechelend liet ze ons haar matches zien: allemaal knappe twintigers die zo uit een modellenboek leken te komen.

Mijn manager, die al een poosje gescheiden was, legde me uit hoe het werkt: “Het is net een kroeg, maar zonder uithangbord. Het is gissen naar de dresscode, de muziek en de openingstijden. Dus je bekijkt iemands profiel en wie je leuk lijkt, veeg je naar rechts. Wie je niet ziet zitten, swipe je naar links.” Zelf zat ze inmiddels op Parship, een datingsite voor hogeropgeleiden, want ze vond Tinder net een vleeskeuring. “Doe jij nou nog maar even rustig aan,” zei ze. “Je bent nog niet eens officieel gescheiden. Dat daten komt vanzelf wel.”

Maar terwijl mijn collega’s allang weer verder brainstormen over de nieuwe klantstrategie en daarna het thema ‘samenwerken’ bespreken, staar ik dromerig naar de bosrand. Ik vraag me stiekem af hoe ik het zou doen op zo’n dating app… Dirk mag zijn liefde dan hebben opgezegd, als één op de drie stellen tegenwoordig uit elkaar gaat, zit daar vast een leuke man tussen die mijn liefde wel verdient. En misschien ontmoet ik hem wel via Tinder.

’s Avonds, bij ome Theo, ga ik na de afwas direct naar mijn slaapkamer. Ik plof op bed met mijn telefoon en zoek en installeer de app. Ik maak mijn profiel aan, kies een leuke foto van mezelf en ga kritisch klaarzitten voor de eerste man op mijn beeldscherm. Wow! Hij heet Max en is 49, heeft donkere krullen en een gulle lach. Hij blijkt vader van twee pubers, woont vlakbij en houdt van intieme restaurantjes. Een cultuurliefhebber en een levensgenieter. Wat mij betreft mag hij blijven, dus ik veeg hem naar rechts. Daarna komt Andy. Ook niet verkeerd. Hij is blond en 35, heeft pretoogjes en een dochtertje van vijf. Ook hij gaat naar rechts. Een paar mannen gaan naar links: niet mijn type, ze kijken chagrijnig, zijn te oud of wonen te ver weg.

Als ome Theo roept of ik thee kom drinken, klik ik Tinder weg. Tijdens het achtuurjournaal hoor ik een piep. Ik klik mijn telefoon open en zie een klein vlammetje branden in mijn beeldscherm. Ik heb een match!

MIDDEN IN DE NACHT VRAAG IK DE BUURMAN OM HULP

Daar sta ik dan in mijn slaapkamer, ongemakkelijk in mijn roze badjas. Het is midden in de nacht en de buurman, in een snel aangeschoten joggingpak, kijkt me ongemakkelijk aan.

Lees meer…

Ik had de piep natuurlijk best opgemerkt, maar deed net alsof ik niets hoorde. Het was midden in de nacht en ik lag in bed. Ik wist dat ik mezelf voor de gek hield, want vijf minuten later klonk de piep weer snerpend door het verder zo stille huis. Op blote voeten ging ik op onderzoek uit en botste in het donker bijna tegen Kees op, die me angstig toefluisterde: “Mama, ik hoor een harde piep!” We keken allebei omhoog naar de rookmelder in de gang. Het rode lampje knipperde duivels naar me. Shit, de batterijen vervangen deed Dirk altijd.

Ik probeerde mijn eigen onzekerheid te negeren, haalde de inmiddels wakkere Tommie ook uit zijn bedje en zette de jongens in hun pyjamaatjes voor de tv. Toen belde ik Dirk en gelukkig nam hij op. Dirk is een echte crisismanager. Bij ongelukjes of levensbedreigende situaties zou ik hem mijn leven toevertrouwen, nog steeds. En waar hij de afgelopen weken zo hard en koud tegen me had gedaan, vertelde hij nu op rustige, vriendelijke toon welke handelingen ik moest verrichten: schroevendraaier in het sleufje, melder tegen de klok in draaien, klepje open… “Goed gedaan, Kirs.” zei hij toen het was gelukt. “Ik ben trots op je. Ga nu maar lekker slapen.” Ik kroop in bed en slaakte een zucht van verlichting.

Maar net toen alles weer stil leek in huis, klonk er weer een piep. Nu recht boven mijn hoofd. Iets zelfverzekerder pakte ik de schroevendraaier weer, maar hoe ik ook wrikte, ik kreeg er geen beweging in. Na een half uur zwoegen, voelde mijn keel dik van de naderende tranen en er zat een misselijk makende knoop in mijn maag. Ik twijfelde tussen heel hard gaan huilen of de rookmelder hysterisch met de schroevendraaier te lijf gaan, maar iets in me bleef kalm en observerend. Ik haalde adem, herpakte me en koos voor de enige oplossing die me nog te binnen schoot. Hulp halen.

Mijn buren zijn de liefste buren die ik me kan bedenken. ‘s Zomers laten we geen gelegenheid onbenut om samen te barbecueën. We bezoeken elkaars verjaardagen en die van de kinderen. Ik kan voor alles bij ze aankloppen en de afgelopen weken heb ik regelmatig bij de buurvrouw zitten uithuilen. Maar dat ik ze nu midden in de nacht wakker moet maken, voelt wel heel genânt. Gelukkig is de buurvrouw begripvol als ik aanbel en met haar hoofd uit het slaapkamerraam belooft ze haar man te sturen.

De buurman krijgt de rookmelder makkelijk open. Binnen een paar tellen zit de nieuwe batterij erin en kan hij weer terug naar de buurvrouw. Ik prevel voor de zoveelste keer mijn excuses voor alle ongemak, maar hij reageert gevat en knipoogt: “Jij mag me altijd uit bed bellen.”

‘ER IS IETS NIET PLUIS MET DIRK’, ZEGT EEN KENNIS

Bij yoga leer je bewust en aanwezig te zijn. Het is me in de tien jaar yogales hiervoor nog nooit gelukt, maar sinds de breuk met Dirk lijkt het of ik alleen nog maar bewust ben. Bewust van wat niet meer aanwezig is. En daarvoor hoef ik niet eens naar yoga.

Lees meer…

De dagen rijgen zich traag aan elkaar. Ik beweeg me in een soort parallel universum ten opzichte van de mensen om me heen. Alles voelt anders. Dikker, slomer, stroperiger. Het leven gaat door, maar ik sta erbuiten, ik ben alleen toeschouwer. En toch lijk ik op wonderbaarlijke wijze nog te functioneren. Ik sta op tijd op, breng de jongens gewassen, gekleed en gevoed naar school en het kinderdagverblijf, ga naar mijn werk en geef een voorleesworkshop in de wijkbibliotheek. Ik doe boodschappen, ik draai wassen en strijk mijn kleding en die van de jongens. De kleren van Dirk was ik niet meer. Ik heb ze in een aparte wasmand gedaan en die puilt inmiddels uit.

Een paar dagen geleden heb ik Kees en Tom meegenomen naar ome Theo. Ze weten wel waar ik ben als Dirk bij ze is, maar ik vind het fijn als ze ook even kunnen zien waar ik slaap. Kees heeft een mooie tekening van een zon voor me gemaakt, zodat ik aan hem denk en een beetje blij ben op mijn logeeradres. Tommie is meer geïnteresseerd in het aquarium van ome Theo. Later kijken we met z’n vieren naar Brandweerman Sam en Jake and the neverland pirates op Netflix, want dat hebben we thuis niet.

Inmiddels heeft ook Dirk een onderkomen waar hij wat langer kan verblijven: een huisje in de stad. Een kennis van me gaat samenwonen en verhuurt het tijdelijk, dus heb ik gevraagd of Dirk het mocht huren. Het geeft me rust dat Dirk nu ook een plek heeft waar hij Kees en Tom mee naartoe kan nemen, want het lijkt me voor de jongens angstig als ze niet weten waar hun vader ’s nachts slaapt.

Ook heb ik een afspraak met de scheidingsmakelaar gemaakt voor een kennismakingsgesprek. We kunnen pas over een paar weken terecht, zo volgeboekt is hij. Al die stellen die maar uit elkaar gaan… Zouden zij ook in parallelle universums zitten? Dirk zit in elk geval in zíjn eigen wereld. Mijn kennis vertelde dat Dirk hem amper aangekeken had bij de sleuteloverdracht. “Er is iets niet helemaal pluis met hem,” had hij gezegd. “Het lijkt wel of hij iets te verbergen heeft.” Ook anderen laten me weten dat er ‘echt een steekje los zit bij Dirk’. Of ze vertellen plompverloren dat ze Dirk altijd al een vreemde snuiter hebben gevonden.

Wat moet ik met die informatie?, vraag ik me af. Ik heb altijd van Dirk gehouden, hij is de vader van mijn kinderen en met hun woorden en bespottingen is mijn pijn toch niet weg? Ik maak me juist steeds meer zorgen om Dirk, maar dat gevoel druk ik snel weg. Ik staar uit het raam. Het is mistig.

HOE HAALT HIJ HET IN ZIJN HOOFD?!

Scheiden met begrip. Het klinkt mooi, de slogan van de scheidingsmakelaar, maar ik begrijp er nog steeds niets van. Toch wordt het tijd om door te pakken. Ergens had ik gehoopt dat Dirk spijt zou krijgen en zou zeggen: “Het is een vergissing. Ik mis je, ik hou wél van je, wij kunnen dit overwinnen, we zijn het waard!” Maar mijn schoonzus, bij wie hij een paar dagen logeert, haalde me vanmorgen uit die droom.

Lees meer…

Ik was op kantoor toen mijn telefoon ging en liep ermee naar buiten. “Dirk heeft het moeilijk,” liet mijn schoonzus weten, “maar hij wijst alleen naar jou en neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen aandeel. Sorry, meissie. Ik geloof niet dat hij het nog een kans wil geven.” Een collega treft me aan terwijl ik mijn tranen probeer weg te slikken, maar zodra ze vraagt hoe het gaat, huil ik: “Hij gooit gewoon alles weg wat we hebben opgebouwd!”

Ze hoort me aan terwijl ik vertel wat een zwaktebod ik het vind dat een coach die anderen leert reflecteren niet in staat is tot zelfreflectie. Mijn manier van communiceren ‘trok hem leeg’, had hij tegen zijn zus gezegd. En bovendien zou ik te veel op mijn ouders leunen. Ik snuif, veeg mijn tranen weg en terwijl mijn collega weer naar binnen loopt, besluit ik een rondje door het park te lopen om af te koelen.

Inderdaad, ik kon soms best fel uit de hoek komen bij stress of onbegrip. Helemaal als Dirk zich compleet afsloot. En dat deed hij niet alleen bij mij. Vorige week nog had hij mijn vader gevraagd om even op de jongens te passen. Die vertelde later dat Dirk boe noch bah tegen hem had gezegd. Mijn vader had zijn gevoel en zijn bezorgdheid over de scheiding aan de kant geschoven om Dirk van dienst te zijn en nu durfde Dirk te beweren dat mijn familie te nadrukkelijk in mijn leven aanwezig was?!

Mijn ouders hadden ons altijd op alle vlakken ondersteund. Geld voor ons huis had Dirk met een haast arrogante vanzelfsprekendheid met beide handen van hen aangenomen. En toen we het huis moesten behangen, kon Dirk dankzij hulp van mijn vader al zijn energie richten op zijn studie. Later onderhield mijn vader tijdens het oppassen onze tuin. Mijn moeder werkte intussen het strijkgoed weg, maakte de badkamer schoon en kookte voor ons, zodat we na het werk alleen nog maar hoefden aan te  schuiven. Hoe haalde Dirk het in zijn hoofd om hen zwart te maken, na zo van ze geprofiteerd te hebben!

Hoe meer ik erover nadenk, hoe bozer ik me voel worden. Met stevige passen been ik het kantoorgebouw weer binnen. Met of zonder begrip, morgen ga ik een afspraak maken met de scheidingsmakelaar. Het wordt tijd om dingen af te sluiten en van daaruit naar de toekomst te gaan kijken. Ik adem een paar keer diep in en uit, recht mijn schouders en ga strijdlustig aan mijn bureau zitten.

EEN ANDERE MAN? IK MOET ER NIET AAN DENKEN

Woensdag is mijn vrije dag en is het ‘wisseldag’. Dus loop ik na het ontbijt bij ome Theo zo snel mogelijk naar de trein die me naar huis, naar mijn jongens brengt. Kees is op school als ik thuiskom, maar Tom vliegt direct in mijn armen. Ik til hem op en knuffel hem plat, terwijl Dirk als een dief in de nacht naar boven sluipt om zijn spullen te pakken. Een halfuur later sluit hij de voordeur achter zich en dan voel ik me langzaam ontspannen. Als Tommie ondertussen weer rustig verder speelt met zijn Duplo en zijn treinbanen, zet ik het Senseo-apparaat aan en staar mijmerend uit het raam naar buiten.

Lees meer…

Het nieuws van onze scheiding verspreidde zich als een lopend vuurtje. Vriendinnen appten dat we snel een wijntje moeten gaan drinken om bij te kletsen, of belden om hun bezorgdheid en medeleven uit te spreken. Iedereen die ik sprak, kende wel verhalen over mannen die waren vreemdgegaan, stellen waarbij de koek op was, buren van wie het huis te koop stond. Ik hoorde horrorverhalen over vechtscheidingen, vrouwen die ineens in de bijstand zaten of die hun ex juist financieel hadden uitgekleed. Daarna sussende woorden als: ach meid, let maar op, over een jaar heb jij een veel leukere vent.

Een leukere vent? Ineens valt het kwartje: straks moet ik het datingcircus weer in. Inwendig gruwel ik. Ik herinner me gespitste oren op het werk toen een collega na haar scheiding smakelijk haar talloze datingavonturen uit de doeken deed. Ze ontmoette die mannen online via datingapps. Nou, mij niet gezien. Ooit – ver voor Dirk – had ik me voor de grap ingeschreven bij een datingsite. Aan belangstelling geen gebrek, maar de enige afspraak die ik toen had, was misselijk van de zenuwen komen opdagen bij ons geplande diner in een Thais restaurant. Het werd een enorm ongemakkelijk etentje.

Ik neem een slok van mijn koffie verkeerd en veeg peinzend de melk van mijn bovenlip. Een andere man? Ik moet er niet aan denken. Geloof ik nog wel in de liefde? En oppervlakkige seks? Gatver. Dirk en ik waren veertien jaar samen. Ik heb helemaal geen behoefte aan iemand anders. Bovendien, mijn lichaam is nog amper hersteld van twee zwangerschappen en ik maak me zorgen of dat ooit nog goed zal komen. Ik wil gewoon de vertrouwdheid van Dirk. Maar ja, Dirk houdt niet meer van me. En ik verdien een man die dat wél doet.

Tussen de middag beleg ik broodjes met Nutella en banaan voor Tommie en mij. En om twee uur lopen we samen naar school om Kees op te halen. Als we bijna bij school zijn, zie ik aan de overkant een man met een rode kinderwagen. Het is Jeroen. Zijn jongste dochter moet nu een paar maanden zijn. Zijn oudste, van een jaar of twee, dribbelt aan zijn hand. Mijn moeder had me van de week nog gezegd: ‘Weet je wie er ook uit elkaar gaan?’ Mijn blik ontmoet die van Jeroen aan de overkant en we steken schuchter alle twee een hand op.

Load More