All posts tagged column

IK, ALLEEN OP VAKANTIE MET DE JONGENS

De telefoon gaat. Het nummer in mijn scherm begint met 0033. Telefoon uit Frankrijk? Ik had een poos geleden een date met een Fransman die in Nederland woont, hij zal het toch niet zijn?

Lees meer…

“Met Kirsten?” neem ik op.

“Allo? Kirstèn? Oe ies èt met jou?” hoor ik een vrouwenstem zeggen.

Het is Veronique, mijn danslerares. Een paar jaar geleden hebben Dirk en ik bij haar dansstudio leren salsadansen. Die dans bleek een verkapte metafoor voor ons huwelijk: ik liet me niet leiden door Dirk en stond daardoor voortdurend op zijn lange tenen. Maar ook al bakten we van salsa niet veel, op persoonlijk vlak hadden we een heel leuke klik met Veronique en haar man Hans. We werden geregeld uitgenodigd op feestjes bij hen thuis, totdat ze een jaar later verhuisden naar Frankrijk, waar ze een kleine camping overnamen.

Ik hoef Veronique niets te vertellen over de scheiding, ze heeft het al gehoord. Het is de reden van haar telefoontje. Op hun camping in staat een verlaten oude, verlaten caravan die ze pas hebben opgeknapt. Ze biedt aan dat Dirk en ik om beurten kosteloos kunnen komen logeren, zodat de jongens gewoon op zomervakantie kunnen.

Vakantie. Ik ben er nog helemaal niet mee bezig geweest, maar inmiddels zijn de scholen bijna een week gesloten en zijn de vriendjes uit de buurt vertrokken naar verre oorden. Tom en Kees vervelen zich. En die verveling leven ze op elkaar uit. Ik zou graag met ze weg willen, maar mijn financiële situatie heeft zich niet uitgekristalliseerd en de scheiding is nog niet uitgesproken, dus zie ik geen mogelijkheid om er even tussenuit te gaan. Ik moet mijn geld reserveren voor een nieuwe woning.

Het aanbod van Veronique komt dus als een geschenk uit de hemel. Ik heb behoorlijk last van rijangst, maar ik denk niet na over de lange autorit naar Frankrijk, waarbij ik in mijn eentje achter het stuur moet zitten.

Ik zeg dus meteen ja en informeer Dirk. Ook hij is enthousiast. Nog diezelfde dag bestelt hij de treintickets voor zijn heenreis en mijn terugreis. We spreken af dat ik de heenreis in onze auto voor mijn rekening neem en dat hij met de jongens na twee weken terugrijdt.

Daarna app ik Robert het grote nieuws. Hij heeft geen vakantieplannen, maar is blij voor mij.

“Wat fijn dat je vrienden je dit gunnen. Ga maar genieten,” stuurt hij.

De rest van de week maak ik to do-lijstjes, koop ik zonnebrandcrème, T-shirts en zwembroekjes in de uitverkoop. Ook boek ik een overnachtingslocatie, ik wil de afstand in twee delen rijden. De jongens worden enthousiast van een bed and breakfast in een nomadentent uit Mongolië, een joert. Nog een week en dan vertrekken we. Ik, alleen op vakantie met de jongens. Ik vind het spannend, maar heb ook veel zin in ons avontuur. Eindelijk kan ik even afstand nemen van alles.

‘MIJN LEVEN GAAT DOOR, OOK ZONDER JOU!’

Het ene moment voel ik me de eenzaamste mens op aarde, het andere moment voel ik me fantastisch. Dan weer ben ik enorm verdrietig, om vervolgens de vlinders door mijn lijf te voelen fladderen. Soms voel ik me moeke uit de polder, maar het volgende moment enorm sexy. En net als ik denk dat ik mijn laatste energie heb verbruikt, ben ik ineens hyper. Ik stap dagelijks meerdere keren in een emotionele achtbaan.

Lees meer…

Na mijn bezoek aan Robert had ik dinsdag de laatste trein naar mijn logeeradres bij oom Theo genomen. Gelukkig hoorde ik na mijn thuiskomst al snel een oorverdovend gesnurk uit zijn kamer komen en hoefde ik verder niets uit te leggen. Alleen, in oma’s oude slaapkamer, viel ook ik snel in een diepe en droomloze slaap. De volgende ochtend hadden Dirk en ik al vroeg met een makelaar afgesproken om de verkoop van ons huis te bespreken. Met een schrale kin van het zoenen, stap ik om half tien ons huis binnen. Terwijl Dirk vol trots de makelaar rondleidt in ons huis, zijn mijn gedachten bij de avond ervoor.

Van tevoren had ik me best zenuwachtig gemaakt. Na de zwangerschap en geboorte van de jongens, die een behoorlijke aanslag op mijn lijf zijn geweest, voelde ik me niet echt aantrekkelijk meer. Maar gisteravond had ik me voorgenomen dat ik zou gaan genieten en dat ik niets tegen mijn zin zou laten gebeuren. Door die instelling was het een hele bijzondere avond geworden, die niet alleen fysiek maar ook spiritueel geladen was.

Ik kijk naar Dirk. Zou hij het zien? vraag ik me af. Zou hij het weten? Ik voel me ineens mijlenver boven hem verheven.

Kijk dan! wil ik hem toeroepen. Wat dacht je nou? Dat ik alleen achter zou blijven? Mijn leven gaat door, ook zonder jou.

Maar Dirk geeft geen kick.

De rest van de week app ik met Robert. Onze conversatie is een mix van berichten in straattaal, diepe spirituele vragen en verleidelijke foto’s en zinspelingen.

Op vrijdagavond heb ik een feestje van een van mijn beste vriendinnen. Normaal bezocht ik haar verjaardag altijd met Dirk, maar deze keer ben ik alleen. Ik voel me niet op mijn gemak. Ik ben met de auto en kan dus niet drinken en word steeds ondervraagd over de scheiding door de vrienden en familie van de jarige. Niemand weet eigenlijk van Robert, hij bestaat alleen voor mij en mijn enige verbinding met hem is zijn nummer in mijn telefoon.

Door de treurigheid van mijn verhaal en het besef dat het lijntje met Robert maar dun is, verdwijnt het laatste restje van het goede humeur dat ik eerder had. Ik verontschuldig me en rijd met een leeg gevoel naar huis.

IK MOET NATUURLIJK WEL OP ALLES VOORBEREID ZIJN

Vanavond heb ik weer afgesproken met Robert. We ontmoeten elkaar na het werk bij het station en reizen samen verder naar zijn huis. Afgelopen weekend drukten mijn buren me op het hart dat ik niet meteen moest blijven slapen, want dan zou een vervolgdate uitgesloten zijn. Dus slaap ik vannacht gewoon bij oom Theo.

Lees meer…

Slapen met een man. De laatste keer dat Dirk en ik hebben gevreeën, is inmiddels meer dan een half jaar geleden. We waren een weekendje weg, mijn verjaardagscadeau aan Dirk. Tijdens het diner had Dirk stevig zitten drinken en hij werd er niet gezelliger op. Eenmaal terug op de kamer vond hij dat hij wel weer eens ‘recht’ had op seks. Ik wilde hem niet teleurstellen, maar in zijn aangeschoten toestand zocht hij alleen maar een fysieke uitlaatklep voor zijn frustraties: hij deed bot, ruw en egoïstisch, was alleen uit op zijn eigen genot. Er was geen enkel spoor van verbinding, terwijl dat het enige was waar ik zo’n behoefte aan had. Ik voelde me overmeesterd. Na afloop draaide hij zich om en viel in slaap. In de donkere hotelkamer huilde ik stille tranen naast Dirk, die lag te snurken.

#metoo? Dat gaat me nooit meer gebeuren. Niets meer tegen mijn zin. Geen please-gedrag. Ik ga mijn eigen gevoel volgen en vanuit dat gevoel zie ik wel wat er gebeurt. Maar ik moet natuurlijk wel op alles voorbereid zijn. Na de komst van de jongens had Dirk zich laten steriliseren en de condooms die ik nog in huis vond van voor die tijd zijn allang over de datum. Er zit dus niets anders op dan ze te gaan kopen. Ik wil niet voor verrassingen komen te staan of het laten afhangen van Robert.

Bovendien ben ik allergisch voor latex, en hij zal vast geen latexvrije condooms hebben. Die dingen blijken alleen een stuk lastiger te krijgen dan ik dacht: de drie apotheken en de drogist waar ik ben geweest verkopen geen latexvrije condooms. Tijdens de lunch rijd ik in lichte paniek van mijn werk naar de laatste drogisterij die ik nog kan bedenken. Ik stap quasi-nonchalant de winkel in. Ik scan de schappen op zoek naar Durex, maar al snel kom ik erachter dat de condooms achter de toonbank liggen. Ze worden vast vaak gestolen door jongeren die, net als ik, geen zin hebben in kritische blikken. Met enige gêne vraag ik zachtjes aan de verkoper, een man nota bene, om latexvrije condooms. Maar gelukkig heeft hij ze liggen en gelukkig staan er geen bekenden. Ik reken twee doosjes van verschillende merken af en moffel ze weg in een vakje in mijn tas. Wat een gedoe.

Terug op mijn werk kan ik me inmiddels totaal niet meer concentreren. En als mijn collega geïrriteerd vraagt of ik wat minder nadrukkelijk kan zuchten, merk ik ineens dat ik misselijk van de zenuwen ben. Nog een paar uur en dan zie ik Robert weer. Maar wil ik dit eigenlijk wel?

DAT IS PRECIES WAT IK NODIG HEB: GEHOORD WORDEN

Mijn buurvrouw is jarig. En ik ben blij met de afleiding van een feestje. De kinderen kijken binnen televisie terwijl ik naast de buurvrouw en met de vrienden van de buren buiten zit. De buurman grilt hamburgertjes en garnaaltjes op de barbecue en mijn wijnglas staat geen moment leeg. Lees meer…

Dirk is ook even langs geweest. Ik kreeg een geforceerde hand en drie zoenen op mijn wang van hem en zijn aanwezigheid voelde enorm ongemakkelijk. Na zijn vertrek word ik aan een kruisverhoor over de bezigheden van Dirk onderworpen. Sinds kort is Dirk bij een organisatie aangesloten die hem helpt om ondernemer te worden. Op een pusherige manier probeert hij nu iedereen uit zijn netwerk, inclusief de buren, producten en verzekeringen aan te smeren. Maar Dirk is geen verkoper. En bij alle aanwezigen wekt zijn opdringerigheid irritatie op. Wanneer de kinderen naar bed zijn, gaan de onderwerpen dieper. Scheidingen, liefdesverdriet, en levensvragen komen aan bod.

Tranen vloeien. Ik geef me bloot en deel mijn verdriet over het gevoel dat ik bij Dirk niet mocht zijn wie ik ben. Dat ik blijkbaar alleen maar een sterke en vrolijke kant van mezelf mocht laten zien. Dat ik Dirk altijd alle ruimte had gegeven voor studie en sport, maar dat we nu een huis hadden en jonge kinderen en drukke banen. Dat we geen yuppen meer waren, verantwoordelijkheden hadden. Dat ik Dirk nodig had als partner om me te helpen met het plannen en organiseren en het op orde houden van ons huishouden. Dat ik stress ondervond van het gevoel dat ik steeds achter de feiten aanliep en ik het gevoel had dat ik alles alleen moest doen. Dat ik me onzeker en moe voelde in mijn moederlijf…

De buren en hun huisvrienden luisteren, spreken me moed in en leven met me mee. En dat is precies wat ik nodig heb: het gevoel gehoord te worden. Nog meer wijn. Ik laat me ontglippen dat ik via Tinder een man heb ontmoet en dat ik dinsdag met hem heb afgesproken. Monden vallen open. “Kirsten! Dat hadden we niet achter je gezocht!” Iedereen is ineens vol aandacht.
“Hoe oud is hij?”
“Veertig”.
“Hoeveel kinderen heeft hij?”
“Eén.”
“Waar woont hij?”
“In de stad!”.
“Wat doet hij?”
“Hij maakt sierraden.”
“Waar gaan jullie heen?”
“Naar zijn huis.”
De monden gaan nog verder open. “Je gaat op een seksdate?”

Maar zo is het helemaal niet. Ik ben niet uit op seks. Er klikt iets met hem. En ja, we hebben ondertussen ook wel spannend met elkaar gechat. En ja, dat smaakte naar meer. Maar iets diep in me wilde gewoon weer in zijn aanwezigheid zijn.
“Dus je vind hem echt leuk? Maar dan blijf je niet slapen hoor!” besloten de huisvrienden voor me. Als je gelijk blijft slapen dan hoor je nooit meer iets van hem…!”

IK KAN ER NIET MEER NAAR KIJKEN EN LEG MIJN TELEFOON WEG

Ik sta op mijn blote voeten op het hoogpolig tapijt van mijn oma’s oude slaapkamer in het  huis van oom Theo. Voor mijn roodgelakte teen- nagels ligt de opengeklapte vakantiekoffer van  de kinderen die ik wekelijks met me meesleep naar het huis van oom Theo. Lees meer…

In de koffer is het een chaos: een zwarte kimono, ooit voor mij op maat gemaakt in Vietnam, slipjes in allerlei kleuren, een paar hardloopschoenen, sportsokken, een klein toilettasje en een boek van Paulo Coelho. Ik heb mijn telefoon in mijn hand, herschik de kofferinhoud, draai de camera in de gewenste positie en klik. Ik zoek naar Instagram, laad de foto, kies een filter voor de gewenste sfeer en plaats het beeld op Instagram en Facebook. Een beeld, met slechts de woorden: on the road again. Het resultaat: drie likes en vier reacties. Een vormgeefster vindt de compositie mooi en de huisvriend van de buren waardeert mijn kleurige ondergoedsetjes. Mijn ouders zijn de enigen die door het plaatje heen kijken en zien dat het een noodkreet is: mijn nomadenbestaan, het gezeul met een koffer, de chaos in mijn hoofd en het gemis van mijn man en kinderen.

Een dagje op het strand in Wijk aan Zee. We kijken uit over de Noordpier, waar net een passagiers- schip het Noordzeekanaal in vaart. Het is een  indrukwekkend gezicht en de jongens kijken hun ogen uit, terwijl ik wat kiekjes maak. Ik klik nog even door terwijl Tom en Kees een zandkasteel bouwen. En maak ook een foto van het dienblad met cappuccino, limonade en de muffins waarop ik ons heb getrakteerd. Op de placemat staat in handgeschreven letters ‘Have a beautiful day’.

De plaatjes die ik vervolgens op Facebook zet, zijn die van een heerlijk ontspannen dagje aan zee. ‘Genieten!’ zeggen mijn Facebook-vrienden met veel opgestoken duimen. Maar in mijn hart zit dat gapende gat omdat ik de jongens verdrietig zag kijken naar andere kinderen die met hun vaders stonden te vliegeren of een balletje trapten.

Ik ben met de jongens op het jaarlijkse buurtfeest. Kees en Tom draaien rondjes in een kleurige kermisattractie. Ze zwaaien naar me en ik klik met mijn camera. ’s Avonds maak ik een collage van de foto’s, kies een zonnige filter en zet alles op Instagram en Facebook. Ik krijg vijftien likes, maar mijn publiek ziet niet wat ik zie: het gespannen koppie van Tom herken ik aan zijn grimas. De mond van Kees vertoont een lach, maar over zijn ogen ligt een waas van verdriet. De pijn van een heel gevoelig jongetje van zes, niet in staat woorden te geven aan een situatie die zijn moeder hem niet kan uitleggen: zijn ouders zijn uit elkaar, want zijn vader houdt niet meer van zijn moeder.

Ik kan er niet meer naar kijken en leg mijn telefoon weg. En ik weet dat alleen mijn ouders hetzelfde beeld zien dat ik ook zie.

PLOTSELING KAN IK MIJN WOEDE NIET MEER BEDWINGEN

Vrijdagochtend. Mijn telefoon piept, een bericht van Robert. “Hey Kirsten, welke kleur voel jij je vandaag?” “Ik voel me zacht oranjegeel, als een zomerse zonsopkomst”, antwoord ik. “Ik hoop dat het past bij mijn outfit.” “Als jij je lach van oor tot oor en je ondeugende ogen ook aantrekt, weet ik zeker dat alles past!” Ik leg grinnikend mijn telefoon weg en herinner me ineens hoe verlegen ik ooit werd van Dirk en zijn grenzeloze complimenten.

Lees meer…

Maar nu zitten we volop in het scheidingsproces. Volgens de scheidingsmakelaar kunnen de papieren binnen twee maanden naar de rechtbank en dan is het slechts een kwestie van een paar weken voor de scheiding definitief is. Het oranjegele ochtendgevoel maakt ineens plaats voor donkergrijs en zwart, en verdrietig vertrek ik naar mijn werk.

Na de lunch gaan we naar Eindhoven voor een concert van Guus Meeuwis. Mijn collega’s hebben de grootste lol. Ik lach geforceerd met ze mee. Ik beleef het concert in een roes, tot Guus een cover van Frank Boeijen zingt. Ik barst in tranen uit. Maar dan is er de lieve arm van een collega om mijn schouder en terwijl de tranen over mijn wangen rollen, zingen we keihard met Guus mee: “Zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet waar is!”

Robert streeft net als ik naar een bewuster leven. Dinsdag voor het slapengaan app ik hem een foto van een tekst uit een spiritueel boek dat ik lees. Het gaat over het aansteken van je goddelijke vonk. De volgende ochtend – ik ben op weg naar de scheidingsmakelaar – reageert hij. “Moge je goddelijke vonk vandaag vele kleine vuurtjes aanwakkeren.”

Maar helaas wordt het een rotdag. Dirk en ik moeten het schema voor co-ouderschap bepalen. Vanwege financiële redenen moeten we in het ouderschapsplan kiezen welk kind op papier bij wie woont. Maar ik kan toch geen keuze maken tussen mijn kinderen? Het is verdorie geen koehandel! Ik slik en ga er schoorvoetend mee akkoord dat straks Kees officieel bij Dirk en Tommie bij mij zal wonen. Ik kan wel janken.

We maken ook afspraken over een kinderrekening. Maandelijks moeten we daarop een bedrag storten voor kinderkleding, sport en andere zaken. Kinderkleding was altijd mijn taak, maar ineens hoor ik Dirk zeggen dat hij zich daarmee voortaan ook gaat bemoeien.

“Hoezo?” flap ik eruit. En plotseling kan ik mijn woede niet meer bedwingen. Met grote passen en tranen van onmacht en verdriet been ik weg uit de sessie. In de auto zie ik weer het nog onbeantwoorde berichtje van Robert. En ik typ: “Vergeet die goddelijke vonk. Ik ben spontaan ontvlamd tijdens een gesprek over het ouderschapsplan. De rook komt uit mijn oren en ik moet even afkoelen.” De rest van de dag blijft mijn telefoon stil.

‘IK ZOU WEER EENS OUDERWETS LEKKER WILLEN ZOENEN’

Ik lig in bed maar wil mijn ogen nog niet openen. Ik krul me op onder mijn dekbed terwijl ik met mijn wijsvinger over mijn kin strijk. De laatste keer dat ik een schaafwond had van een stoppelbaard na een zoenpartij kan ik me niet heugen. Ik grinnik en bedenk dat ik Tindermatch Frank een berichtje moet sturen. Vanavond hebben we afgesproken om een strandwandeling te maken. Lees meer…

Maar gistermiddag had ik een date met Tindermatch Robert. Ik zou hem ontmoeten op het festival waar ik samen met mijn vriendin Esther en haar dochters naartoe ging. Het thema was ‘boeren en buitenlui’, en de meiden deden mee met zaklopen en cupcakes versieren. Toen ze aan de klompendans begonnen, appte ik Robert dat hij me kon vinden bij de reggaeband. “Welke kleur jas heb je aan?” appte hij. Maar ik voelde zijn ogen al in mijn rug prikken, draaide me om en keek in zijn guitige gezicht. We lachten allebei en kusten elkaar onhandig drie keer op de wang. “Wat drink je?” vroeg hij snel.

Met een biertje in de hand kletsten we al snel over de stad, feestjes en dansen, over verbroken relaties, kinderen en spiritualiteit… Eigenlijk ging het ene onderwerp automatisch over in het andere. Robert leek op Tinder heel grappig, maar ondanks zijn gevoel voor humor en onze woordgrapjes zag ik nu ook zijn serieuze kant. Met dat brutale stadse accent van hem en zijn hippe opgeschoren kuif was hij bovendien niet onaantrekkelijk.

Esther kwam zeggen dat ze met de meiden naar huis ging. Ze gaf Robert een hand, mij een knipoog en toen was ze vertrokken. Ineens voelde ik me een beetje ongemakkelijk en licht in mijn hoofd van de biertjes. Ik verontschuldigde me en ging op zoek naar een wc. Ondertussen appte ik mijn collega’s: “Ik sta op een festival met Robert. Hij is leuk, maar ik denk niet dat hij me gaat kussen. Zucht!” “Dan moet je zelf maar het initiatief nemen!” vond een van mijn collega’s.

Eenmaal terug bij de muziek pakten we ons gesprek weer op en bespraken onze Tinder- ervaringen. “Weet je,” mijmerde ik hardop, “ik zou gewoon wel weer eens ouderwets lekker willen zoenen, zoals vroeger.” Daarna liep ik naar de bar en haalde nieuwe biertjes voor ons. Met de volle bekers in mijn hand vroeg ik Robert of hij mijn biertje wilde vasthouden, terwijl ik onhandig het wisselgeld in mijn broekzak probeerde te frommelen. Robert pakte braaf mijn biertje aan. En toen, totaal onverwacht, lagen zijn volle lippen op de mijne. Vaag merkte ik nog hoe de bekertjes op de grond stuiterden en er bier tegen mijn benen opspatte, maar daarna was er niets anders dan zijn mond, zijn lippen, zijn tong en zijn armen. Tussen een joelend festivalpubliek versmolten we en stonden we te zoenen alsof we zestien waren.

Ik pak mijn telefoon en typ aan Frank: “Helaas moet ik onze afspraak vanavond afzeggen. Ik heb iemand anders ontmoet en het voelt gek om nu ook met jou af te spreken. Sorry!”

Diepliggende gevoelens, hartstocht en transformatie

Er hangt iets in de lucht. Is het de volle maan die nog nawerkt? Ik volg allerlei astrologische sites en de volle maan in mijn sterrenbeeld Schorpioen staat voor een hoop innerlijke onrust als ik het mag geloven: diepliggende gevoelens, hartstocht en transformatie. Op het werk dwaalden mijn gedachten af naar Tindermatch Frank. Hij had me een luchtig liedje aangeraden toen ik stiekem met hem zat te chatten over de intensiteit van deze volle maan. En hij beloofde me dat zijn massage ook voor ontspanning zou zorgen, mits ik me aan zijn handen kon overgeven.

Lees meer…

Ik bloosde en keek snel om me heen of mijn collega’s niets doorhadden. ‘Zullen we anders maar gewoon eens afspreken? Ik wil eindelijk wel een keer in die mooie groene ogen van je kijken.’ Ik bloosde nog meer en we spraken af op zondagavond een strandwandeling te maken. De rest van de dag had ik vlinders in mijn buik. Bij ome Theo trok ik mijn hardloopschoenen en joggingpak aan. Ik had behoefte mijn hoofd leeg te maken en de onrust te lijf te gaan. Eigenlijk vind ik hardlopen niet eens leuk, maar met het vrolijke liedje van Frank door mijn koptelefoon en het zonnetje in mijn gezicht deed mijn rondje door het park me goed.

Woensdag appte mijn vriendin Esther of ik zin had om zaterdag met haar en haar dochters naar een evenement in de stad te gaan. Omdat de  jongens dan bij Dirk zullen zijn, zeg ik ja. Kan ik haar mooi alles vertellen over mijn aanstaande date. En alsof ik nog niet genoeg afspraken had, wilde ook Bart me eindelijk wel eens ontmoeten. Ik nam ook zijn uitnodiging aan en beloofde hem om volgende week iets met hem te drinken. Als Frank net zo leuk is als ik denk, dan zeg ik Bart volgende week gewoon af, bedacht ik me.

Zaterdag vertrek ik aan het eind van de ochtend naar het festival. Ik stap net in de trein als ik een berichtje van Robert ontvang. ‘Hai hai,’ stuurt hij. ‘Ga je nog iets leuks doen vandaag?’

‘Ik ben op weg naar een klein festival, waar ik met een vriendin en haar meiden heb afgesproken,’ laat ik hem weten. Dan realiseer ik me ineens dat hij ook in de stad woont en voor ik het weet nodig ik hem uit om naar het festival te komen.

‘Leuk,’ reageert hij direct.

Snel wisselen we onze telefoonnummers uit zodat we kunnen whatsappen en terwijl de trein de stad nadert, glimlach ik. Dat worden dan drie dates in amper een week tijd! Mijn zelfvertrouwen heeft in geen tijden zo’n boost gehad. Ik ben benieuwd of Robert in het echt net zo grappig is als hij me op Tinder lijkt. Maar ook al vind ik het best spannend om Robert straks in levende lijve te ontmoeten, echt zin heb ik pas in morgen, want dan ontmoet ik Frank.

IK WIL TRANSFORMEREN TOT DE BESTE VERSIE VAN MEZELF

Dirk en ik zijn chaoten en verzamelaars. De zolder staat al drie jaar vol onuitgepakte verhuisdozen, maar ik heb geen idee meer wat er in zit. En ik wil opruimen. Lukraak open ik dozen en opbergbakken. Ik schrik van papiervisjes die wegschieten uit mappen en fotoalbums. Verborgen in een houten kistje, tussen een stapel liefdesbrieven van jeugdliefdes, vind ik een kaart met de groeten uit Spanje. Hij komt van Boris.

Lees meer…

Mijn herinneringen gaan terug naar de hockeyfeesten waar ik hem ooit, als zestienjarige, leerde kennen. En ik zat niet eens op hockey… Ik was nooit verliefd op hem, maar na al die jaren weet ik nog wel dat hij goed kon zoenen. We zijn Facebookvrienden en voor de grap stuur hem een fotootje van de kaart. Voor ik het weet, zijn we druk aan het kletsen op Messenger.

Ondertussen knipperen er Tinder-vlammetjes op mijn telefoon. Van Frank en Robert. Op de een of andere manier voelt Frank als serious business. Hij komt betrouwbaar over. Hij heeft heel bijzondere blauwe ogen en ik heb scherpe gesprekken met hem. Bovendien is hij sportief: hij is masseur van een voetbalelftal en ik zag hardloopschoenen op zijn profielfoto’s. Het idee van een massage spreekt me wel aan en die schoenen waren deze week de aanleiding om mijn sneakers weer eens uit de kast te trekken.

Robert lijkt me meer creatief dan sportief. Op zijn profielfoto draagt hij een kleurige zonnebril. Hij maakt en ontwerpt juwelen, draait plaatjes en is ook nog eens geïnteresseerd in spiritualiteit, iets waar ik de laatste tijd ook meer mee bezig ben. Zijn zoontje is ruim een jaar ouder dan Kees. Hij pakt zijn rol als vader serieus aan, merk ik in onze gesprekken. Hij doet me denken aan een artistieke jeugdvriend, die gedichten voor me schreef, met wie ik cocktails dronk en naar de rollerdisco ging, die me masseerde bij kaarslicht en die ’s nachts stiekem via de regenpijp mijn zolderkamer bezocht om me bloemen te brengen die hij uit de tuin van de buren had geplukt. Ik zie ons in gedachten al door de stad slenteren om gekke kroegjes te ontdekken, of tot in de kleine uurtjes in vage clubs dansen.

En dan is daar nog Bart, ook een Tinder-match. Hij woont slechts twee dorpen verderop, is 46 en is vader van twee pubers. Hij lijkt me een kroegtijger en een gezellige, no-nonsense vent. In de trein naar oom Theo schieten m’n gedachten heen en weer tussen verleden en toekomst. Herinneringen aan wie ik als zestienjarige wilde zijn en de wens om nu, door het verbreken van mijn huwelijk, te transformeren tot de beste versie van mezelf.

Ik voel me gespleten. De jongens staan centraal in mijn leven. Het liefst wil ik gewoon moeder zijn, en huiselijk. Maar nu ik Kees en Tom de helft van de week kwijt ben, voel ik ook de behoefte om oude, weggestopte kanten van mezelf op te poetsen en te laten stralen. En Boris, Frank, Bart en Robert spreken ieder een andere behoefte in me aan.

OOK TOM HEEFT EEN RIJMPJE, IK MOET HET HARDOP VOORLEZEN

“Boem pats pang, een kusje op je wang, een kusje op je andere wang, ik hou van jou mijn leven lang.” Heel zoet zegt Kees zijn rijmpje op, helemaal uit zijn hoofd. Daarna geeft hij me een pakje met zilverfolie eromheen, met daarop de tekst ‘breekbaar’. Zo voel ik me ook vandaag, denk ik, terwijl ik het pakje open. Er zit een hartje van brooddeeg in, versierd met kleine schelpjes. Ik ben ontroerd.

Lees meer…

Al twee weken hadden ze geheimzinnig gedaan, de jongens. Natuurlijk wist ik dat ze op school en op het kinderdagverblijf druk met Moederdag bezig waren. En toen ik ineens niet in hun kasten mocht kijken, wist ik best dat ze daar hun pakjes hadden verstopt. Maar waar ik normaal genoot van hun opzichtige geheimzinnigheid, zag ik er nu tegenop. Het zou de eerste Moederdag zonder Dirk zijn.

Tom heeft ook een knutsel: een papieren bloem geverfd in roze, geel en blauw. In het midden een activiteitenschijf, waarop ik kan kiezen voor een gezamenlijke bezigheid: knutselen, knuffelen, voorlezen, liedjes zingen, een kus, buitenspelen of stoeien. Ook hij heeft een rijmpje, ik moet het hardop voor hem voorlezen. ‘Lieve mama, ik weet dat jij veel doet en wat je doet is altijd goed. Mama ik ben heel erg blij, met zo’n supermama zoals jij.’

Een supermama? Zo voel ik me totaal niet. Van de week heb ik Kees een tik gegeven. En dat was niet de eerste keer. Net zoals het ook niet de eerste keer was dat ik tegen hem schreeuwde. M’n lontje is te kort. Veel te kort. Ik ben zo moe, dat ik veel te snel aangebrand ben. En Kees is koppig. Luistert slecht. Probeert zijn zin door te drijven en reageert op alles verongelijkt. Zijn gedrag doet me enorm aan Dirk denken en dat irriteert me en baart me zorgen tegelijk. Ik probeer hem zichzelf te laten zijn, maar vind het moeilijk om daarbij duidelijke grenzen te stellen. En als de grens voor mij dan écht bereikt is, ontplof ik. Ik durf het niet met Dirk te bespreken, bang als ik ben dat hij weer eens met verwijten komt. Maar het zit me enorm dwars.

Als ik op Tinder met Robert over het alleenstaande ouderschap chat, breng ik het voorval ter sprake. In tegenstelling tot de chats met Dominique, met wie ik pasgeleden een date had, zijn mijn gesprekjes met Robert meestal kort. Vaak stelt hij me dan vragen. Maar nu geeft hij advies: ‘Geef jezelf wat credits’, reageert hij heel lief en begripvol als ik mijn schuldgevoel over mijn ontploffing met hem deel. ‘Als ik afga op je bezorgdheid, doe je het juist super als moeder!’ Precies de woorden die ik nu nodig heb. Ik voel me gehoord en gezien en dat gevoel geeft ruimte. Ruimte voor ontlading.

“Boem pats pang, een kusje op je wang, een kusje op je andere wang, ik hou van jou mijn leven lang.” Ik slik een traan weg, knuffel mijn mannen stevig en spreek mezelf toe: ik mag iedere dag opnieuw beginnen!

Load More