MIJN HART ZIT IN MIJN KEEL: DIRK ZEGT DAT HIJ ME HEEFT GEMIST

Het contact met Robert is wat bekoeld na het dansfestival. Ik snap er niets van, want we hadden het fantastisch. Maar tijd om daarover na te denken heb ik niet, want Dirk is terug van zijn vakantieweek met de kinderen en de hereniging is heerlijk.

De jongens vertellen honderduit over hun tweede week vol kampvuren en pizzafeestjes. Terloops informeer ik naar de aanwezigheid van Maarten, de vrijgezel die ik op vakantie had ontmoet. Op zijn Facebookpagina had ik namelijk gezien dat hij vorige week weer op de camping was. Op zijn profielfoto zag Maarten er echt woest aantrekkelijk uit, een jongere versie van mijn favoriete Noorse detective Varg Veum. De jongens laten er helaas niet veel over los. Maar als ik – op weg naar mijn werk – een foto op Instagram zet met mijn fiets op het pontje, stuurt hij direct een berichtje of ik zin heb in koffie, want hij woont op een steenworp afstand. Maar helaas, ik moet werken.

Op donderdag hebben Dirk en ik onze laatste sessie bij de scheidingsmakelaar. Dirk wil graag iets eerder afspreken om nog even samen te praten, dus we ontmoeten elkaar voor het kantoor en gaan zitten op een bankje aan het water. Dirk begint over de vakantie. Dat hij me heeft gemist. Dat hij ons gezin heeft gemist. Ik herinner me het briefje met “Welterusten” dat ik bij thuiskomst uit Frankrijk op mijn kussen had gevonden. En nu deze bekentenis!

Mijn hart zit in mijn keel. “Misschien kunnen we proberen of we er nog wat van kunnen maken?” stelt hij voor. “Dat we wel apart wonen, maar…” Ik hoor al niet meer goed wat hij zegt. Hoe kan hij dit nu zeggen?! Ruim een halfjaar geleden heeft hij zijn liefde opgezegd, maar in plaats van dat hij zegt dat hij spijt heeft, wil hij een latrelatie om te onderzoeken of we ooit weer bij elkaar kunnen komen? Dit gaat helemaal niet over liefde, dit gaat over poging zoveel om mij te tolereren.

Bij de scheidingsmakelaar binnen, met de papieren voor onze neus, vraagt Dirk nog een keer: “Weet je zeker dat je dit wilt doorzetten?” Zijn woorden maken me woest. Hij vraagt serieus of ík wil doorzetten, terwijl híj degene is die ons huwelijk kapot heeft gemaakt. Met boze tranen in mijn ogen pak ik de pen en zet ik mijn handtekening.

Robert blijft stil. Als ik zaterdagavond op Facebook zie dat die leuke vrijgezelle Maarten op het jazzfestival in de stad is, begint het ineens te kriebelen. Ik fiets ernaartoe en haak bij een paar kennissen aan, maar ik heb Maarten al snel gevonden. Wat is hij vrolijk en gezellig! We halen herinneringen op aan de vakantie, drinken bier en hebben enorm veel plezier. Ik wil niet te laat binnenvallen bij oom Theo, dus na een paar biertjes verontschuldig ik me.

Een beetje aangeschoten vraagt Maarten om een afscheidskus en zonder na te denken, zoen ik hem intens. En terwijl ik zijn ogen in mijn rug voel prikken, fiets ik de donkere nacht in.

Reageer