‘IK LEES DE WOORDEN EN KAN INEENS NIET MEER STOPPEN MET HUILEN’

Het is al donker als ik thuiskom. Ik laat mijn  koffer in de gang staan en loop de woonkamer binnen. Ik ben alleen. En Dirk en de kinderen zijn zonder mij in Frankrijk. Ik kijk om me heen, maar het huis voelt te groot voor mij alleen, te leeg voor mijn verdriet.

In gedachten zie ik steeds het afscheid in Frankrijk. Dirk en de jongens die me uitzwaaien op het perron en steeds kleiner worden als de trein zich in beweging zet. Ik ben moe van de reis. Ik wil douchen en dan slapen, maar als ik in bed stap, vind ik een briefje van Dirk op mijn kussen: “Welkom thuis, slaap lekker!” Ik lees de woorden en kan ineens niet meer stoppen met huilen. Wat betekent dat nou? Mist hij me? Is hij tijdens mijn afwezigheid tot de conclusie gekomen dat hij nog wel van me houdt? Dat hij de grootste fout uit zijn leven heeft gemaakt?

De week zonder de jongens kruipt voorbij. Maar ik kom niet te dicht bij het verdriet dat zich ergens tussen mijn maag en mijn hart als een blok beton heeft opgehoopt. Ik denk aan de afgelopen vakantieweek in Frankrijk, alleen met de jongens. Het was zo fijn samen, en soms ook zo zwaar op de momenten dat het allemaal even niet vlekkeloos verliep. Maar de  jongens waren altijd op loop- afstand. Ik wist waar ze waren,  wat ze deden en hoe ze zich voelden. Nu ben ik mijlenver van ze vandaan. Ik ben er niet voor ze als ze boos, bang of verdrietig zijn. Of om te delen in hun plezier, hun blijdschap en het avontuur van hun tweede vakantieweek.

Het voelt als een diepe wond die elke keer als ik mijn gedachten toesta om eraan te denken een rauwe snijdende pijn veroorzaakt.  Ik wil die pijn niet voelen. Dus richt ik mijn aan- dacht op Robert, mijn… Tsja, wat is hij? Ik weet dat  hij naar een dancefestival in de buurt gaat, dus via Marktplaats heb ik een kaartje bemachtigd voor het inmiddels uitverkochte festival. Ik laat Robert denken dat ik dit feest allang had gepland, maar in het echt dring ik me op bij bekenden, zodat ik niet in mijn eentje het festivalterrein op hoef.

Onderweg naar het festival herinner ik me hoe ik daar vroeger met mijn vriendinnen uit de stad ook altijd naartoe ging. Met zijn allen in één themakleur en met gratis kaarten op zak – via via bemachtigd – vonden we onszelf altijd supercool. Maar dat was zo’n tien jaar geleden. Nu voel ik me moeke uit de polder en terwijl ik mijn fiets tegen het hek bij de fietsenstalling bevestig, kijk ik naar de festivalgangers om me heen en vraag me af of ik hier nog wel op mijn plaats ben.

Voor de kaartcontrole wacht ik de anderen op en via de rij voor de muntjes belanden we uiteindelijk bij het hoofdpodium. Daar app ik Robert waar hij me kan vinden. En niet lang daarna voel ik voor het eerst sinds weken zijn armen weer om me heen.

Reageer