EEN KOPPELACTIE WAS WEL HET LAATSTE WAAR IK ZIN IN HAD

Aan alles komt een eind. De vakantie is afgelopen. Ik kruip achter het stuur, wuif handkussen naar mijn vrienden Hans en Veronique, start de auto en volg de instructies van de TomTom naar het station van Châteauroux.

Ik heb veel geschreven en gelezen afgelopen week. Veronique had me een boek gegeven met verhalen die me uitdaagden naar mezelf te kijken. Maar ik heb nog een lange weg te gaan. Mijn verdriet echt voelen en het accepteren van de pijn die daarbij hoort, vind ik te moeilijk. Ik stop het liever weg. Ik wil niet steeds maar huilen, helemaal niet met de jongens om me heen. Liever ging ik met ze naar een strandje aan de rivier, naar een dorpje met een jaarmarkt en een kermis of met  Hans en Veronique naar een pizza-en-zwembad- feest bij hun buren.

Veronique en Hans lieten me mijn gang gaan, maar ze letten ook op me. Toen de jongens op het veld aan het spelen waren, stond Veronique ineens naast me. Ze zag mijn rode, betraande ogen en pakte me even stevig vast. Voor het eerst kon ik onbedaarlijk huilen omdat ik Dirk zo miste. Ondertussen werd het steeds drukker op de camping en op dinsdag arriveerde een stel met een jong kindje. Ze bleken uit mijn geboorteplaats te komen en hadden hun broer meegenomen. Veronique stelde ons met pretlichtjes in haar ogen aan elkaar voor: “Kirsten, dit is Maarten, vrijgezel! Maarten, dit is Kirsten, ook vrijgezel!” Ik deed net of ik haar knipoog niet had gezien. Een koppelactie was wel het laatste waar ik nu zin in had.

Maar Maarten bleek supergezellig en al snel zat ik met hem te kletsen over onze woonplaats en onze middelbare-schooltijd en bietste ik sigaretjes van hem. De jongens waren helemaal in de ban van Maarten en zijn broer, die een kampvuur stookten, Kees en Tom hout lieten zoeken, enorme hoeveelheden bier dronken, brullend en ravottend over het kampeerterrein renden en bommetjes deden in het zwembad. Van een afstandje hield ik Maarten in de gaten, maar hij was op doorreis, zou na drie dagen vertrekken.

In Châteauroux parkeer ik de auto in de buurt van het station en als de trein stopt zijn de jongens niet meer te houden. Zodra ze Dirk zien, rennen ze naar hem toe. Terwijl ik zijn blik vang, slik ik. Mijn trein vertrekt pas over een uur. Aan een tafeltje in de stationscafetaria drinken we koffie en de jongens en ik vertellen Dirk over de afgelopen week. Ik stop mijn emoties zo diep mogelijk weg en vertel Dirk niet hoeveel ik hem heb gemist en ook niet hoe hard ik wil gillen omdat ik moet vertrekken zonder mijn kinderen, of dat ik wil blijven, samen.

De trein arriveert, met lood in mijn schoenen stap ik in. Geforceerd lach ik naar de jongens, die mij op hun beurt uitzwaaien alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Maar ik zie hoe hun ogen staan en durf niet te denken aan hoe het voor de jongens moet zijn om mij te zien vertrekken. Mijn tranen bewaar ik tot later.

Reageer