‘IK BEN KAPOT, MAAR ONDANKS ALLES MIS IK JE ZO…’

Wat ben ik trots. We zijn in Frankrijk, op onze overnachtingslocatie halverwege de vakantiebestemming. Ik vind rijden in het buitenland eng. Dat deed Dirk altijd. Maar nu zat ik voor het eerst de hele rit achter het stuur. Bij Brussel raakte ik even in paniek toen ik een verkeerde afslag nam, maar godzijdank stuurde de navigatie me weer de juiste richting op.

We logeren in een joert, een ronde Mongoolse nomadentent in de tuin achter de bed and breakfast. Zodra we ons hebben geïnstalleerd, doe ik Tommie en Kees hun zwemvleugeltjes om en plonzen we in het zwembad, maar het water blijkt ijskoud en rillend van de kou stappen we in warme jacuzzi onder de veranda van de bed and breakfast. Kees en Tom drukken op alle knopjes en schateren om de bubbels en waterstralen die tevoorschijn komen.

Na een simpel diner in de eetzaal leg ik de jongens in bed. Ik lees een verhaal voor, geef ze een kus, een knuffel en een aai en binnen een kwartier zijn ze diep in slaap. Ik heb een miniflesje wijn van huis meegenomen. Er gaan precies twee glaasjes uit en ik neem het flesje, een glas en mijn dagboek mee naar het bankje voor de tent. Ik trek de dop van mijn pen en sla mijn dagboek open, maar ik krijg geen letter op papier.

Ik neem een slok van de witte wijn, maar mijn keel is ineens zo dik dat ik amper kan slikken. Ik kan aan niets anders denken dan aan Dirk, die hier had moeten zijn. Ik voel me de eenzaamste mens op aarde. Wat doe ik hier met de kinderen zonder Dirk? Hoezo vakantie? Ik wil ons gezin terug en de man van wie ik ondanks alles nog steeds hou. Maar ik ben alleen en voel diepe rouw. De wijn duwt zich als een bal door mijn keel, maar toch neem ik nog een slok. Ineens voel ik hoe mijn pen als vanzelf de lege regels in mijn dagboek vult. Ik schrijf. Ik schrijf aan Dirk.

“Lieve Dirk. De jongens slapen. Ze deden het fantastisch vandaag in de auto, achter hun dvd-schermpjes. Je kunt trots op ze zijn. Waar ben je, Dirk? Wat is er gebeurd? Hoe is ons gezin door mijn vingers geglipt? Ik voel me zo klein en mislukt. Ik weet niet meer wie ik ben. Ik stuiter alle kanten op, op zoek naar bevestiging, positieve aandacht, liefde. Had ik te veel of te hoge verwachtingen van jou? Van ons? Waarom mag ik van jou niet zijn wie ik ben? Is er iemand die me wel de moeite waard vindt? Met al mijn nukken en grillen? Is dat Robert misschien? Jij hebt me zo verschrikkelijk veel pijn gedaan, Dirk. Ik ben kapot, maar ondanks alles mis ik je zo…”

Ik staar voor me uit. Morgen rijd ik verder naar het zuiden. Ik zie enorm op tegen de rit door Parijs. Maar als ik Parijs heb gehad, heb ik het ergste achter de rug. Als ik Parijs overleef, overleef ik de rest van de scheiding ook wel.

Reageer